Wie door de Zuidplaspolder fietst, ziet weilanden, sloten en nieuwbouwwijken. Je merkt er weinig van dat je ruim zes meter onder zeeniveau rondrijdt. Toch ligt hier, vlak bij Nieuwerkerk aan den IJssel, het laagste punt van Nederland: ongeveer 6,76 meter onder NAP.
Dat getal zegt veel over hoe dit gebied is ontstaan en hoe het vandaag nog werkt. In dit artikel lees je waarom de polder zo diep ligt, hoe het water er onder controle blijft en wat dat betekent voor de mensen die er wonen.
Van veenmoeras tot droge polder
De Zuidplaspolder was eeuwenlang geen land, maar water. Vanaf de middeleeuwen werd hier op grote schaal veen afgegraven om turf te maken, de brandstof van die tijd. Waar het veen verdween, ontstonden plassen die door wind en golven steeds groter werden. Zo groeide de Zuidplas uit tot een uitgestrekt meer dat de omliggende dorpen bedreigde.
In de negentiende eeuw besloot men het meer droog te malen. Rond 1840 was dat gelukt, met een combinatie van windmolens en, voor die tijd vrij modern, stoomgemalen. Omdat het veen tot diep in de bodem was weggegraven, kwam de nieuwe polderbodem extreem laag te liggen. Daarmee is de diepte van de Zuidplaspolder geen natuurlijk verschijnsel, maar het resultaat van mensenwerk.
Waarom de bodem nog steeds daalt
Het laagste punt is niet voor altijd vastgelegd. De bodem in de polder bestaat voor een groot deel uit klei en restanten veen. Als het grondwater laag wordt gehouden, komt veen in contact met zuurstof en klinkt het in. Daardoor zakt het maaiveld langzaam verder, soms enkele millimeters per jaar.
Dat betekent dat waterbeheer en bodemdaling hier hand in hand gaan. Hoe droger je de polder houdt, hoe sneller de grond kan dalen. Het waterschap zoekt daarom steeds naar een balans tussen droge voeten voor bewoners en een gezonde bodem op de lange termijn.
Leven met water
Zonder pompen zou de Zuidplaspolder binnen korte tijd weer een meer worden. Regenwater en kwelwater, dat van onderaf door de bodem omhoog sijpelt, worden via sloten en tochten naar gemalen geleid. Die pompen het water omhoog naar de boezem en uiteindelijk naar de rivier. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard houdt dit systeem dag en nacht in de gaten.
Hoe dat er in de praktijk uitziet, zie je overal in het landschap:
- Rechte tochten die het water door de polder afvoeren
- Gemalen aan de randen van de polder
- Dijken langs de Hollandsche IJssel die het rivierwater tegenhouden
- Waterbergingen in nieuwe wijken voor zware regenbuien
De ramp van 1953
Hoe kwetsbaar dit gebied is, bleek in de nacht van 1 februari 1953. Tijdens de watersnoodramp ontstond een gat in de dijk langs de Hollandsche IJssel bij Nieuwerkerk. Als die dijk volledig was bezweken, had een groot deel van de Randstad onder water kunnen lopen, juist omdat het achterland zo laag ligt.
Schipper Arie Evegroen voer op aanwijzing van de burgemeester zijn schip De Twee Gebroeders in het gat, waardoor de bres werd gedicht. Dat verhaal wordt in de regio nog altijd verteld. Wil je meer lezen over lokale geschiedenis, herdenkingen en wat er nu in het dorp speelt, dan vind je actueel nieuws en achtergronden op nieuwerkerkaandenijsselkrant.nl.
Wonen onder zeeniveau
De Zuidplaspolder ligt midden tussen Rotterdam, Gouda en Zoetermeer, en is daardoor aantrekkelijk voor woningbouw. Tegelijk vraagt bouwen op deze plek extra aandacht. Huizen worden vaak op palen gefundeerd, wegen en tuinen kunnen na verloop van tijd verzakken en nieuwe wijken krijgen meer ruimte voor water dan je elders gewend bent.
Voor jou als bewoner betekent dat vooral dat je bewust kunt kiezen. Let bij het kopen of bouwen op de fundering, vraag naar de grondwaterstand en kijk hoe de wijk is ingericht bij hevige regen. Veel gemeenten en waterschappen geven daar openbare informatie over.
Het laagste punt bezoeken
Het laagste punt is gemarkeerd met een monument in de polder, waar je met een paal kunt zien hoe hoog het zeeniveau boven je hoofd zou staan. Het is een eenvoudige plek, maar wel een die indruk maakt. Op een heldere dag begrijp je daar ineens hoe bijzonder het is dat er wegen, boerderijen en hele wijken liggen waar vroeger een meer was.
Een bezoek combineer je goed met een fietstocht langs de dijk van de Hollandsche IJssel. Daar zie je het hoogteverschil tussen rivier en polder met eigen ogen, en wordt het verhaal van droogmaking, bodemdaling en 1953 een stuk tastbaarder. Nieuwerkerk is daarmee meer dan een dorp aan de rand van de Randstad: het is een plek waar je de Nederlandse strijd met het water letterlijk onder je voeten voelt.
